BLOG

Hamsterweken: tijd voor bezinning

Wat ik leerde van één chaotisch supermarktbezoek
“We verwachten geen tekorten in de supermarkt” ik herinner me deze tekst van onze minister-president nog als de dag van gisteren. Klopt, dat was ook één van zijn uitspraken gisteren, hooguit eergisteren. Toen alles nog vrij rustig leek, in elk geval in een bekende Haagse supermarktketen op de Turfmarkt. Temidden van het politieke hart, kocht ik een flink net mandarijnen, waarvan ik veronderstel er langer dan een week mee te doen. Overconsumptie. Maar niets is wat het lijkt.

Welk aandeel heeft u?
In de collegebank resulteerde angst en/of voorzorg, wie zal het zeggen, in een lage bezettingsgraad. Halfvol of halfleeg; ook in deze situatie is het maar hoe u het bekijkt. Ik gooide het bijna op een wedje met de universitair docent en een andere student over wanneer de universiteit gesloten zou worden. De docent was ervan overtuigd dat het college volgende week gewoon door zou gaan. Hoewel ik van nature ontzettend goed ben in luisteren en ja-knikken, moest ik hier toch tegenin gaan. Tijden veranderen… Had ik er, tegen mijn natuur in, geld op ingezet, dan was dit aandeel snel in waarde gestegen. Dat neemt niet weg dat het mij een dag te lang duurde. Donderdagavond, anderhalve les en 3 gepelde en uitgedeelde mandarijnen later, kwam het nieuws pas dat ik de komende tijd aan de thuisstudie ga, vanwege de maatregel dat alle universiteiten en HBO’s gesloten worden tot tenminste 31 maart. Om klokslag 12, in de nacht van donderdag op vrijdag, verloor ik dan toch wat vertrouwen in de boodschappenvoorraad, en besloot ik online boodschappen te doen. #Fail. Zelfs de boodschappen bestellen en ophalen was niet langer mogelijk.

Corona-chaos
Het Corona-virus is meer dan verschrikkelijk. Voor de gezondheid en voor de economie. Formuleert u gerust een al dan niet wetenschappelijk oordeel op deze stelling. Voor mij is deze ‘mening’ inmiddels bewezen. Ook ik was in eerste instantie sceptisch over ‘het griepje’. Dat hoop doet leven is duidelijk, maar ik begin mij af te vragen in hoeverre afwachten in alle hoop ons goed heeft gedaan. Met veel familie, vrienden en kennissen in Brabant, ken ik nu indirect een aantal mensen die kwetsbaar en besmet zijn, en vechten voor hun leven. Ook in de leeftijdscategorie onder de zestig jaar. “Ik maak me vooral zorgen om de kinderen. Zij denken niet na over ‘geen handen schudden’ en kunnen besmetting alleen maar verder verspreiden,” was de reactie van een horeca-uitbuiter die ik sprak. Je snapt dat ook ik zit te wachten totdat de basisscholen sluiten en mijn nichtje die op de basisschool zit waar Nieuwsuur eerder deze week een item opnam omdat er een leraar met Corona-besmetting geconstateerd was, veilig thuisgehouden wordt. Haar moeder, die in de zorg werkt en zich eerder deze week afmeldde op haar werk, wordt verplicht om te gaan werken. Dat doet zij met hart voor de gezondheid van anderen en vanuit plichtsbesef. Maar houd er rekening mee dat dit ook bij hulpverleners soms tegen beter weten – en voelen – in zal gaan.

Allemaal verzamelen
In plaats van de drie, vier boodschappen die ik normaliter in huis haal, verzamelde ik twee kratten (zeker goed voor een halve week voedselvoorziening) en reed ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Met de auto, in de file om te kunnen parkeren.
Bij de informatiebalie van de supermarktketen vroeg ik hoe het met de medewerkster ging. “Het lijkt wel Pasen en Kerst tegelijk!” antwoordde ze. Deze enigszins positieve vergelijking met de feestdagen vormde stof tot nadenken. Ik wenste haar sterkte en vervolgde mijn reis door de supermarkt. “Er is nergens rijst meer,” kondigde een klant aan. “De helft lijdt honger en de helft heeft overvloed.” De maatregel om niet in grote getalen – en met meer dan 100 man – aanwezig te zijn, gaat uiteraard niet op in de supermarkt. (En online bestellen is zoals u weet even voltooid verleden tijd.) Ik ben absoluut medeschuldig aan het feit dat ik in plaats van een mandje deze keer een kar pakte een aansloot in de boodschappenwagenfile. Ik stoorde me enigszins aan de gebrekkige infrastructuur en het ontbreken van verkeersregels en stoplichten in de supermarkt. Maar het geven en nemen van voorrang ging als vanzelf. Gelukkig kunnen wij zelf het verkeer op sociale wijze regelen.

Denk groter dan beperkt
Mijn boodschappenlijst was gelukkig beperkt: soep, toiletpapier, pizza… the usual. In tijden als deze blijk je toch creatiever te moeten denken, gezien de lege schappen waar deze producten ‘in het normale leven’ geclusterd opgesteld staan. Met licht sarcasme appte ik de lege-schappen-foto’s naar vrienden in Rotterdam en zelfs in Amerika. Direct ontving ik een bericht met een niet-normaal-groot-leeg-schap-in-zo’n-mega-over-the-top-superconcern-in-Amerika. Het verbaast u vast niets: ‘empty’. En dat in een tijd waar we meer dan ooit ons hoofd en hart moeten gebruiken.
Wij, en daarmee bedoel ik ook u, dienen te voorkomen dat deze halflege, halfvolle situatie ‘lijdt’ tot volledige leegte van verdeelde schappen in de maatschappij. Dit is een tijd waarin we ons een aantal vragen moeten gaan stellen. Een tijd waarin we zo veel kunnen leren, want chaos doet – hoe je het ook wendt of keert – transformeren. Of dat een positieve of negatieve uitwerking heeft, daar zijn wij als maatschappij verantwoordelijk voor. Laten we de schuld niet bij een ander neerleggen. Ook niet bij de politiek, al weet ik dat ik velen hiermee voor een uitdaging stel. Laten we vooral kijken wat wij in alle gezamenlijkheid kunnen doen om het tij, in bizarre tijden te keren.

Eerlijk zullen we alles delen
Daar waar het voedsel weggekaapt was, ontstond meer dan voldoende voer voor spontane gesprekken in het kader van gedeelde verbijstering. Er ontstond verbinding. “Wat zouden we hier nou van kunnen leren?” vroeg ik mezelf hardop af. Een oudere meneer naast me reageerde nadat hij een blik wierp op een diepvries vol ontbrekende diepvriesgroenten: “Dat we allemaal erg goed aan onszelf denken.”
“Iedereen heeft elkaar nodig” was de boodschap die ik niet veel later op mijn telefoon ontving. Laten we vooral daaraan denken. Aan wat nu het beste is, niet alleen voor onszelf, maar voor onze maatschappij. Dat overconsumeren is nu juist die honger die we moeten stillen. Deel dat (vang)net mandarijnen of uw boodschappen. Houd er rekening mee dat andere families ook nog boodschappen moeten doen en dat er zelfs in Italië in deze situatie gewoon boodschappen te verkrijgen zijn. Laten we er samen voor zorgen dat er genoeg voor iedereen is en niemand toiletpapierloos achterblijft. En ook dan zijn er altijd creatieve oplossingen. Gebruik deze recent aangekondigde “hamsterweken” nu eens als ruimte voor ‘bezinning’ over de toekomst van onze ‘gezamenlijke’ maatschappij. Wat kunnen we volgens u samen van deze situatie leren en hoe gaan we elkaar de komende tijd helpen?
Wellicht is een verbeterde deeleconomie helemaal zo’n slecht idee niet.

Daar dragen we samen de verantwoordelijkheid voor.  

Share love & responsibility.